Weer en wind op Wieringen, deel 1
Uitgegeven op 10-02-2026 om 15:00 |
linkWIERINGEN - Het weer is altijd een dankbaar onderwerp om een gesprek te beginnen. Dat was ook in vroeger jaren op het eiland niet anders.
In het voorjaar kan het ongestadig en buiig wezen. Tegen de zomer wordt het beter. In de hongsdage is het vaak wôêg (drukkend) en as ’t wôêg weer is ben je zo lammenadig. De katjesdage, veertien dagen na de hongsdage, benne nag gevaarleker want dan is het broeiig en komt er fast onweer. Is het echt warm dan is het barre heet, benauwde heet of so heet dat de veugels sitte te gapen. Men snakt naar wat frizzigheid en is dankbaar als het louw wordt. Na de katjesdagen wil het wel weer eens wat vertrouwbaarder worden, het wordt koelder. In de zomer valt er af en toe een galke of skroalke (regenbuitje). In de hörrest is de lucht lillek bonkerig. Van spettele of stoafregene wordt men ook nat en een bekend gezegde luidde: Fijne menske (van een bepaald geloof) en stofregen, deer wòr je ’t mèèste van bedonderd. Het kan ook regenen dat het gîêt, stòrtregent, oost van de lucht of het gien weer is om ’n hongd buten te jagen. Loop je toch buiten dan word je druup en druupdeurnat, kles of klesdeurnat. In de wienter komt de koud met snèèuw en ies en wordt het hufterig. Het gaat soms iezele en is het soms so gload dat je op je bîêne niet ken staan.
(wordt vervolgd)
Henk Braad, Historische Vereniging Wieringen