Wind in de wieken: zuinig met wind
Uitgegeven op 09-02-2026 om 15:00 |
linkWIERINGEN - De Wieringer Molens leven van de wind, letterlijk! Zonder wind draait de molen niet, dat is zo klaar als een klontje. En een molen die niet meer draait of maalt, verliest de aandacht en raakt snel in verval. Dat zagen we ook gebeuren rond 1900-1930 toen de onze beide molens in onbruik raakten door de opkomst van maalderijen, die door stoom of diesel werden aangedreven.
Een foto van molen De Hoop in Den Oever uit 1954 laat zien dat dit verval toen zo ernstig was, dat het weinig gescheeld had of de molen was ingestort. Gelukkig hebben in de jaren ‘90 een aantal enthousiaste vrijwilligers 8 jaar lang hard gewerkt om de molens in de staat te krijgen waarin ze nu zijn.
Molen De Hoop in 1954 na 30 jaar stilstand.
Elke week draaien de molens op dinsdagen en woensdagen hun rondjes en wordt er als het kan graan gemalen als er voldoende wind is. Met veel liefde en passie zijn molenaars en vrijwilligers in de weer om de molens te laten draaien, maar ook om het noodzakelijke onderhoud te geven of grootschalige restauraties te plannen en te financieren. Immers de molens zijn levende monumenten van hout waar de tand des tijds dagelijks aan knaagt. Houtrot, verweren van het verfwerk, dunner worden van het rietdek en houtworm liggen constant op de loer en vragen jaarlijks om onderhoud. Met veel energie proberen de mannen van de molens deze in een zo goed mogelijke staat te houden.
Molen De Hoop in het centrum van het dorp sinds de jaren '30. Foto uit 1965.
Dat is niet de enige zorg die molenaars en bestuur van vereniging De Wieringer Molens hebben. De beide molens hebben wind nodig om te functioneren en het oude ambacht van de korenmolen uit te dragen aan de lokale bevolking of passerende toeristen. Stonden in vroeger tijden de beide molens in het vrije land en kon de wind van alle kanten de molen bereiken, dat is tegenwoordig wel anders.
Molen De Hoop in Den Oever staat tegenwoordig midden in het dorp. Als bezoekers vragen waar het centrum van Den Oever is, dan reageert de molenaar daarop gekscherend met: “De molen IS het centrum”.
Oude kaart van Den Oever waar molen De Hoop vrij in het veld staat en bebouwing alleen langs de haven staat.
Molen De Onderneming staat sinds de jaren 80 aan de noordzijde van het bedrijventerrein bij Hippolytushoef. Aan de noordzijde van de molen ruwweg van oost tot zuid bevinden zich op korte afstand een grote hoeveelheid volwassen bomen van 15-20 meter hoog. Ook aan de westzijde staan een aantal volgroeide populieren en een wilg, die een behoorlijk deel van de wind tegenhouden.
Molen De Onderneming in 2016 waar bomen de wind behoorlijk belemmeren.
Kortom, de situatie bij de beide Wieringer Molens voor wat betreft de wind in de wieken is tegenwoordig zeker niet meer optimaal. Met een computersimulatie is voor molen De Hoop in Den Oever al eens aangetoond dat de windsnelheid bij de wieken door de bebouwing en beplanting, ten opzichte van vroeger toen de molen vrij stond, met 50% is afgenomen. Dat is ook wat de molenaars van nu merken. Er is tegenwoordig een windkracht 5 nodig om een beetje behoorlijk te kunnen malen. Bij De Onderneming is het lastig om te malen bij westelijke wind of wind uit het zuidoosten.
Alle huizen en bomen rond de molen vangen dus veel wind weg, die de molen nodig heeft om te draaien en te malen. Iedereen, die wel eens bij krachtige of stormachtige wind langs een hoog gebouw heeft gefietst, weet dat er rond het gebouw stevige rukwinden (turbulentie) voorkomt. Maar ook dat je achter een gebouw nauwelijks wind voelt. Als je op het strand achter een windscherm van 1 meter hoog zit, ben je beschut tegen de wind. Ga je een meter of 20-25 achter het windscherm zitten, dan merk je nog maar weinig van die beschutting. Ofwel direct achter een windscherm, huis of boom wordt de wind weggevangen.
De invloed van een gebouw of boom op de windsnelheid strekt zich uit zowel voor als achter het obstakel (uit: https://re-evolution.pl/pytania-i-odpowiedzi/)
Als het huis of de boom dicht bij de molen staat, dat is het effect op de snelheid van de wind goed te merken. Binnen de 100 meter is er ook sprake van wervelingen en turbulentie direct achter het huis of de boom. Wel is het zo dat hoe groter de afstand achter het huis, hoe kleiner de invloed op de snelheid van de wind. Net zoals bij het windscherm; dicht erachter zit je luw, maar ga je er ver achter zitten dan voel je de wind weer. Over het algemeen is de stelregel dat de wind achter een boom of huis in belangrijke mate wordt beïnvloed tot een afstand van 30-40 keer de hoogte van dat huis of de boom. Een rijtjeshuis van 10 meter hoog kan de wind dus verstoren tot een afstand zo’n 300-400 meter. Anders gezegd, de wind heeft na een obstakel ruimte nodig om te herstellen tot zijn oorspronkelijke waarde. In 1982 is hieraan uitvoering onderzoek gedaan en recent zijn ook computersimulaties uitgevoerd, die dit onderschrijven.
Het effect van bomen op de windsnelheid, die na de boom duidelijk afneemt (Noort, December 2017)
Wat betekent dit nu allemaal als we praten over wind in de wieken? Allereerst, de wind rond beide Wieringer Molens wordt al behoorlijk verstoord door huizen, gebouwen en bomen. Een ruwe schatting is dat ze al 50% van hun maabare dagen hebben moeten inleveren. Zouden er meer huizen of gebouwen in de omgeving van de molen geplaatst worden, dan bestaat de kans dat dit de wind in de wieken negatief beïnvloed. Er komt nog minder wind bij de molen. Een bouwplan zuidwestelijke richting op 350 meter is doorgerekend en bleek zo’n 20% van de wind af te vangen. Dan houdt je dus maar 30% van de wind over! En dat terwijl het een windrichting is waaruit de wind in Nederland vaak waait. U begrijpt al een beetje waar de zorgen van de molenaars liggen.
Het percentage resterende windsnelheid op verschillende afstanden, waarbij H = hoogte van de boom of een huis (uit: https://ipm.missouri.edu/meg/2010/11/Landscaping-for-Energy-Conservation/)
Die resterende wind, daar zijn de molenaars dus zuinig op. Dat is de reden dat de vereniging De Wieringer Molens zich hard maakt voor een molenbeschermingszone rond de molen, een gebied waarin niet zondermeer gebouwd mag worden of bomen worden geplant. Daarvoor is dan een omgevingsvergunning nodig. De huidige in de bestemmingsplannen opgenomen 100 meter beschermingszone is zeker niet voldoende. Over het algemeeen wordt in Nederland een zone met een straal van 400 meter rond de molen.
En ja dat is een behoorlijk gebied, dat bijvoorbeeld 75% van Den Oever beslaat. Kan er dan niks meer in die zone, binnen de molenbiotoop? Binnen de 100 meter zijn nieuwe ontwikkelingen eigenlijk nauwelijks mogelijk, als de windvang in gevaar komt. En dat is vrij snel het geval als een boom in de zichtlijn vanaf de molen wordt geplant of in volgroeide toestand boven de huizen zal gaan uitsteken. Gebouwen of huizen die niet zichbaar zijn vanaf de molen (er staan andere huizen tussen) en lager blijven dan de omliggende bebouwing vormen doorgaans ook een klein risico voor de windvang.
Weergave van de molenbeschermingszone in het omgevingsplan van Hippolytushoef (binnen bebouwde kom)
Tussen 100 en 400 meter is er meer mogelijk. Hoe verder een gebouw of boom staat, hoe hoger het mag zijn zonder dat het enige invloed heeft op de wind. Die toegelaten hoogte wordt aan de hand van wetenschappelijke studies berekend met de zogenaamde biotoopformule. Een gebouw op 200 meter van de molen zou in onze situatie 5,75 meter hoog kunnen zijn zonder dat de molen daar echt last van heeft. Op 400 meter neemt de toegelaten hoogte verder toe tot 9,75 meter, een hoogte waaraan de meeste rijtjeshuizen voldoen.
Kortom, willen we onze beide historische molens voor onze kinderen en kleinkinderen behouden als een stukje werkend erfgoed, dan is het erg belangrijk dat de windvang van de molens niet verder verslechterd. Alleen zo kan het verhaal van hoe in vroeger tijden graan werd gemalen voor de lokale bakkers levend blijven. Het is dus zaak om de bescherming van de windvang goed te regelen in de nieuwe omgevingsplannen, die de oude bestemmingsplannen gaan vervangen. De Omgevingswet vraagt daar ook om: de omgeving van de molen moet beschermd worden om ons erfgoed te behouden.
Samengevat, laten we zuinig zijn op onze historische windmolens en ze de wind geven die ze nodig hebben om te blijven draaien en malen. Het is het meer dan waard om de molens en hun windvang te beschermen.
Wilt u als vrijwilliger een bijdrage leveren aan het behoud van de Wieringer Molens of een opleiding volgen tot molenaar, neem dan contact op via:
wieringermolens@ziggo.nl of kom eens langs op een dinsdag of woensdag als de molens draaien.