Bouwen aan de toekomst, met respect voor het dorp
Door: Justin de WeertUitgegeven op 16-03-2026 om 17:48
Ik ben Justin de Weert, 22 jaar, kandidaat-raadslid #8 voor OHK. Als jonge inwoner van Hollands Kroon vind ik het belangrijk dat jongeren hier niet alleen kunnen opgroeien, maar hier ook een toekomst kunnen opbouwen. Dat betekent onder andere: voldoende woningen, ruimte voor starters en doorstroming. Maar het betekent óók dat we zuinig moeten zijn op wat onze dorpen bijzonder maakt.
Want een dorp is meer dan een verzameling huizen. Ieder dorp in Hollands Kroon heeft een eigen gezicht, een eigen geschiedenis en een eigen sfeer. Juist dat maakt wonen hier prettig. En juist dat zorgt ervoor dat mensen zich verbonden voelen met hun kern. Die eigenheid moeten we koesteren.
Op Wieringen zie je hoe sterk die identiteit op het eerste gezicht al is. In het landschap, in de opzet van de dorpen, in de herkenbare bouwstijlen. Daarom vind ik het mooi wanneer particulier initiatief en nieuwbouw niet alleen functioneel zijn, maar ook aansluiten bij die streekeigen uitstraling. Een knipoog naar de Wieringerboerderij laat zien dat vernieuwing en identiteit prima samen kunnen gaan. Modern bouwen hoeft helemaal niet karakterloos te zijn.
Dat is ook precies het punt dat ik wil maken bij grotere bouwprojecten en projectinpassingen in onze gemeente. Natuurlijk moeten we bouwen. Natuurlijk moeten we realistisch omgaan met de woningvraag. Maar laten we alsjeblieft niet overal dezelfde standaardoplossingen neerzetten, zonder te kijken naar het dorp waarin gebouwd wordt. Nieuwbouw en renovatie moeten iets toevoegen aan een kern, niet het karakter ervan afhalen.
Dat is niet alleen een kwestie van gevoel of nostalgie. Het is ook gewoon verstandig. De uitstraling van onze dorpen bepaalt mede hoe mensen een kern beleven. Dat is belangrijk voor inwoners, maar ook voor bezoekers. Een dorp met een duidelijke identiteit is aantrekkelijker, prettiger om in te verblijven en sterker als visitekaartje. Daar profiteren ook andere sectoren van, zoals recreatie, toerisme en horeca.
Tegelijkertijd moeten we wel eerlijk blijven over de woningnood. Iedereen wil sneller bouwen, maar we weten ook dat dat niet overal zomaar lukt. Daarom moeten we ook kijken naar slimme, haalbare oplossingen binnen de bestaande voorraad. Het splitsen van woningen kan op sommige plekken een verstandige oplossing zijn, mits dat bouwtechnisch mogelijk en ruimtelijk logisch is. Zo kun je sneller extra woonruimte creëren, zonder dat je altijd op een volledig nieuwbouwproject hoeft te wachten.
Ook een actief grondbeleid van de gemeente vind ik verstandig. Als gemeente moet je kunnen sturen op ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van dorpen. Daarmee voorkom je dat gronden alleen een speelbal worden van speculatie, en houd je meer grip op wat waar gebouwd wordt én voor wie.
Wat mij betreft zijn tiny houses daarbij niet de oplossing voor de woningnood. Het klinkt vaak aantrekkelijk, maar in de praktijk kost het vinden van een locatie, het regelen van procedures en het aanleggen van voorzieningen veel tijd. En voor dezelfde nutsaansluitingen en verkeersontsluiting haal je uiteindelijk minder rendement uit de plek. Een veel logischere toepassing van compacte woonvormen zie ik in mantelzorgwoningen op eigen erf. Daarmee kunnen ouderen dichtbij familie wonen en toch hun zelfstandigheid behouden. Dat is praktisch, menselijk en goed voor het welzijn van de oudere, dat weet ik uit eigen ervaring. Dit maakt mogelijk dat ook de thuiszorg meer handen vrij heeft en ook de mantelzorger beter kan ondersteunen. In dat verlengde zie ik ook knarrenhofjes als een positieve ontwikkeling: woonvormen die passen bij de behoefte van een ouder wordende bevolking, zonder dat het ten koste gaat van de sociale samenhang.
Juist daarom vind ik het goed dat we weer duidelijke kaders opstellen voor de uitstraling en kwaliteit van onze leefomgeving. Noem het een welstandsnota, noem het omgevingskwaliteit, uiteindelijk gaat het om hetzelfde principe: zorgen dat woningbouw en renovatie het karakter van onze dorpen versterken in plaats van verzwakken. Initiatieven zoals gevelverbetering of restauratiebudgetten kunnen daar enorm bij helpen. Als gevels, panden en straten er verzorgd en passend uitzien, heeft dat direct invloed op hoe een dorp beleefd wordt.
Voor mij is dat de kern: bouwen aan de toekomst, zonder weg te gooien wat onze dorpen eigen maakt. We hebben woningen nodig, absoluut. Maar we hebben ook identiteit nodig. Want juist als jongeren hier willen blijven wonen, moeten we zorgen dat Hollands Kroon niet alleen een plek is waar je kunt wonen, maar ook een plek waar je wílt wonen.
Justin de Weert bij een nieuwbouw Wieringer Boerderij op Noordburen